Voor wie blind geboren is, betekent zelfstandigheid vaak onder meer het zelf naar buiten kunnen. Al op jonge leeftijd doet dus de lange witte stok zijn intrede en na langere of kortere tijd kent de blinde één of meer routes die hij geheel zelfstandig kan afleggen. Een zelfstandig mens kan zijn wereldje gaan verkennen en uit gaan breiden.
Het aanleren van nieuwe routes is een proces dat ook wel mobiliteitstraining wordt genoemd. Familieleden of goede vrienden zijn hierbij vaak onontbeerlijk. Maar het begin van dit proces ligt meestal in de deskundige handen van een mobiliteitstrainer. Hij of zij is vaak een ergotherapeut, werkzaam bij een instelling voor blinden en slechtzienden en leert de cliënt de eerste kneepjes van het vak.
Omdat ik naast mijn visuele handicap ook een motorische beperking bezit, ging dit alles voor mij echter niet op. Blind en spastisch betekende in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw in mijn geval, geen enkele vorm van mobiliteitstraining, geen pogingen van de deskundigen, om van mij een mobiele en dus zelfstandige blinde te maken. Maar omdat zelfstandigheid niet gelijk staat aan mobiliteit, omdat deskundigheid meestal zeer relatief blijkt en omdat het nog niemand gelukt is iets van een ander te maken, besloot ik zelfstandig, mobiel en uiteindelijk geleidehondgebruiker te worden.
Een groeiende onafhankelijkheidszin, zowel van mij als van andere rolstoelgebruikers met een visuele handicap, de voortschreidende techniek en de daaruit voortvloeiënde innovatie zouden mij daarbij behulpzaam blijken en de weg vrij maken voor een nieuwe tak van geleidewerk. Wheelchair guiding, het laten geleiden van een visueel gehandicapte rolstoelgebruiker door een blindengeleidehond.