Door: Ad van der Waals
28-03-2005 - In deze bijdrage gaan we in op de Wet maatschappelijke ontwikkeling, de stand van zaken van het wetgevingsproces en de reacties op de nu bekende informatie, de kaderbijeenkomst van de NVBS over dit onderwerp en de stappen die als vervolg daarop door de Federatie en de NVBS zijn en worden genomen.
De contouren van de wet zijn op 23 april 2004 weergegeven in een uitvoerige brief van staatssecretaris Ross aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling van het kabinet dat de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), de welzijnswet en onderdelen van de ziekenfondswet en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) in één wet worden opgenomen.
Het kabinet heeft diverse argumenten aangevoerd voor het maken van een wet waarin veel aspecten van wonen, welzijn, zorg en mobiliteit worden ondergebracht. De uitvoering van de AWBZ wordt onbetaalbaar, er zijn teveel verschillende wetten die ook in het belang van de burger beter samengevoegd kunnen worden en de zorg is nu op een te grote afstand van de burgers geregeld. Bovendien wordt nu te weinig een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de burger.
Volgens de nu voorliggende plannen zouden in de AWBZ uitsluitend nog de zwaardere vormen van zorg geregeld moeten worden en niet meer de ‘lichtere’ vormen. Daarmee voldoet de reikwijdte van de ‘ingekrompen AWBZ’ volgens het kabinet dan weer aan de oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever. De burgers moeten zolang mogelijk zelfstandig kunnen functioneren maar daarbij meer een beroep doen op hun eigen omgeving. Er moet aanvullend een samenhangend aanbod van voorzieningen zijn dat in de directe omgeving van de burgers te verkrijgen is. De gemeenten krijgen een centrale rol in het beoordelen van de behoeften aan en het toewijzen van voorzieningen. Met de wet wordt de taak van de gemeente dus aanzienlijk uitgebreid. De WMO zal sterk gericht zijn op individuele voorzieningen die een plaats krijgen binnen of naast meer collectieve voorzieningen voor de burgers. Daarom zal elke gemeente een samenhangend gemeentelijk beleidsplan moeten maken waarbinnen de specifieke terreinen van de WMO een herkenbare plaats krijgen. Of, zoals tijdens de kaderbijeenkomst wel gezegd werd: met een goed pakket van collectieve voorzieningen zal het beroep op individuele voorzieningen (en dus het beroep op de WMO) beperkt kunnen worden.
De contourenbrief van 23 april 2004 riep bij Tweede Kamerleden veel vragen op en ook het veld heeft zich op allerlei manieren geroerd. De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) beklemtoonde dat de uitbreiding van verantwoordelijkheden wel gepaard hoort te gaan met een grote mate van beleidsvrijheid voor elke gemeente. Niet al te veel regels en voorschriften dus. Ook zouden de benodigde financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld.
De CG-Raad had samen met een groot aantal maatschappelijke organisaties (o.a. de Ouderenbonden) in een manifest bezwaren geuit tegen de voornemens van de regering omdat ze een achteruitgang tot gevolg zouden hebben van het voorzieningenniveau voor onder meer chronisch zieken, gehandicapten en ouderen. Gaat het niet om een verkapte bezuiniging en zijn gemeenten wel in staat de nieuwe taken uit te voeren? De minder goede ervaringen met de Wvg waren aanleiding om erop te wijzen dat er een grote mate van rechtsongelijkheid zou gaan ontstaan tussen bewoners van verschillende gemeenten. Daarom werd gevraagd om de aard en de omvang van de voorzieningen en de kwaliteit waaraan deze moeten voldoen in de wet vast te leggen. Dan weten de gemeenten waar ze zich aan moeten houden. Bovendien worden in het manifest garanties gevraagd dat de overdracht van financiële middelen naar de gemeenten geoormerkt gebeurt zodat het geld niet aan iets heel anders kan worden besteed. De gemeentelijke autonomie zou volgens de CG-Raad dus geen absoluut karakter moeten hebben.
De Kamerleden onderschrijven de bezwaren van de CG-Raad en de Federatie. Zij vroegen op veel punten om een soms ingrijpende aanpassing in de voornemens van de regering. De filosofie achter de opzet van de wet werd echter algemeen gedeeld. De CG-Raad toonde zich redelijk tevreden over de als vrij vergaand aangemerkte toezeggingen die de staatssecretaris als reactie op de door kamerleden gemaakte opmerkingen deed. Tijdens de kaderbijeenkomst van de NVBS werd echter nogal wat twijfel uitgesproken of de staatssecretaris haar toezeggingen wel zal nakomen. Zouden ze niet in strijd zijn met het kabinetsbeleid van decentralisatie en deregulering?
Op dit moment is deze wet nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. Een voorontwerp van de wet is in januari vertrouwelijk aan onder meer VNG en CG-Raad voorgelegd. Uit de reacties is op te maken dat de getoonde scepsis niet geheel onterecht was. Een definitief oordeel hierover moet echter opgeschort worden tot het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt.
Het voorontwerp van de wet ligt op het moment dat dit artikel wordt geschreven nog bij de Raad van State en is dus nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd. Het brede veld van betrokken overheden, zorginstellingen en belangenorganisaties is zich nu echter al aan het voorbereiden op hun betrokkenheid bij de uitvoering van de wet. Alsof de wet er al is…….
Staatssecretaris Ross heeft midden februari in een brief een “landelijke gereedschapskist” aangeboden waarmee gemeenten, veldpartijen en cliëntenorganisaties zich dit jaar kunnen voorbereiden om de WMO per 1 januari 2006 uit te voeren. De VNG en het Ministerie van VWS ondersteunen de gemeenten met succesvolle voorbeelden (best practices), rekenmodellen en beslisbomen. Bovendien gaan 25 gemeenten dit jaar proefdraaien met aspecten van de WMO die pas op langere termijn gaan spelen. Het gaat dan om andere onderdelen van de AWBZ dan de enkelvoudige huishoudelijke ondersteuning, die in ieder geval in de WMO wordt opgenomen. Op basis van de uitkomsten van deze pilots beslist de Tweede Kamer hoe en wanneer de WMO wordt uitgebreid met andere AWBZ-onderdelen.
Uit de kaderbijeenkomst van 16 december 2004 kwam een initiatief voort om ons als belangenorganisaties ook voor te bereiden op de komst van de WMO. Want hoe de wet er precies uitziet en wanneer hij in werking treedt: zeker is dat de belangenbehartiging op plaatselijk niveau een steeds belangrijker rol gaat spelen en op meer terreinen dan alleen de Wvg. De kaderleden deden daarom een dringend beroep op de Federatie en de NVBS om te zorgen voor ondersteuning aan de kaderleden die zich hiervoor plaatselijk willen inzetten. Wat zijn de specifieke punten voor blinden en slechtzienden waarop bij de beleidsvorming en de beleidsuitvoering moet worden gelet? Welke standpunten moeten uitgedragen worden? Gevraagd werd om een checklist die meeromvattend is dan die welke een aantal jaren geleden door de Federatie is uitgebracht over de Wvg. Een inventarisatie van de specifieke punten die voor de positie van blinden en slechtzienden van belang zijn, zou kunnen fungeren als ondersteuning van de inbreng van (kader)leden van de belangenorganisaties bij de ontwikkeling en toetsing van gemeentelijk beleid.
Door de NVBS is een conceptnotitie met een inventarisatielijst samengesteld met deze specifieke aandachtpunten. Deze is inmiddels besproken met een voor dit doel samengestelde klankbordgroep. De NVBS heeft deze werkzaamheden nu aan de Federatie overgedragen en de Federatie zal deze afronden. De Federatie zal tevens waar mogelijk haar inbreng leveren in de stappen die de CG-Raad neemt om een wet te krijgen die zoveel mogelijk aansluit bij de wensen van de patiënten en mensen met een handicap. De Federatie werkt aan de mogelijkheden om de kaderleden van de participanten met raad en daad bij te staan. De Federatie bekijkt daarbij hoe aansluiting kan worden gezocht met initiatieven die door andere organisaties zijn genomen om de positie van de burgers te versterken. De NVBS treft voorbereidingen om voor haar kaderleden een cursus op te zetten die hen in staat moet stellen op een effectieve manier plaatselijk belangen te behartigen op het terrein van de WMO. De cursus zou ook kunnen leiden tot het vormen van een pool van mensen die anderen weer praktisch kunnen ondersteunen.
Tenslotte, wat is de inhoudelijke inzet van de Federatie? Uitgangspunt is dat individuele voorzieningen een essentiële functie vervullen in het realiseren van de doelstelling dat mensen met een visuele handicap zo zelfstandig en zo volwaardig mogelijk moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Voorzieningen waar mensen op aangewezen zijn voor dienstverlening, zorg en het kunnen deelnemen aan voor iedereen bestemde activiteiten moeten daarom bereikbaar, bruikbaar en toegankelijk zijn voor mensen met een visuele handicap. Niet alleen moet er een fysieke toegankelijkheid zijn tot alle gemeentelijke voorzieningen maar ook moet dit gelden voor de informatievoorziening. Hoewel dit natuurlijk als algemeen principe moet gelden is dat in het bijzonder van toepassing op diensten en voorzieningen die op grond van de WMO geleverd moeten worden. En met die diensten en voorziening wordt een breed spectrum van het gemeentelijke beleid gedekt.
In de volgende editie van Kortschrift hopen wij actuele informatie te geven over de stand van zaken, zowel in het wetgevingsproces als in de activiteiten die de Federatie en de lidorganisaties ontplooien.
Uit: Kortschrift nummer 28, maart 2005
Website: http://www.sb-belang.nl
CG-Raad wijst het wetsvoorstel WMO af, De nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), De WMO vraagt om rechtvaardigheid en sociaal beleid, Kritische Tweede Kamer loopt zich warm voor behandeling van Wetsontwerp Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2), Resultaten van de vragenlijst Wmo, Stand van zaken WMO, Standpunt van de CG-Raad over de WMO, Steeds meer weerstand tegen de WMO-plannen van het Kabinet, Visie van de CG-Raad op het wetsvoorstel voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), Voortgangsbericht over de Wmo, Vragenlijst plaatselijke belangenbehartiging en Wmo, Wet maatschappelijke ondersteuning blijft de gemoederen bezig houden, Wetsontwerp Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt weinig hoopvolle perspectieven, Wetsontwerp Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ligt bij Tweede Kamer, WMO, alleen maar zó