Door: Rob Melchers
02-05-2005 - De organisatie die in de gaten houdt hoe het internet werkt, groeit en zich verder ontwikkeld zegt, dat de laatste 10 jaar naar tevredenheid zijn verlopen, maar dat dit slechts het begin is van een nog veel groter internet
"Eigenlijk zijn we nog maar net begonnen met de hele wereldbevolking te bereiken," zegt Brian Carpenter, de voorzitter van de Internet Engineering Task Force (IETF).
De IETF is verantwoordelijk voor het soepel functioneren van het technische gedeelte van het internet. Met het toenemend aantal breedbandverbindingen en de introductie van technieken zoals VoIP (internet telefonie) en overdracht van televisie-uitzendingen via het internet, liggen er nieuwe uitdagingen voor het IETF in het verschiet.
"Ik denk dat VoIP een belangrijke ontwikkeling zal worden," zegt Carpenter, "omdat het zal ingrijpen in het kostenplaatje dat tot nu toe werd bepaald door de traditionele communicatie leveranciers. Ook de manier waarop we nu nog naar de infrastructuur van het net kijken zal veranderen, omdat nieuwe technieken steeds minder een grote infrastructuur nodig hebben."
Hij vervolgt: "Als je er van uit gaat, dat het internet is ontworpen voor de gehele wereldbevolking, dan is het met miljoenen verbindingen al aardig op weg, maar moet nog wel kunnen groeien."
Brian Carpenter, gewaardeerd ingenieur bij IBM, werkte 20 jaar bij CERN, het Europese laboratorium voor deeltjes onderzoek. Als de nieuwe voorzitter van de IETF moet hij IPv6, de nieuwe standaard voor informatie overdracht en verspreiding over het internet, gaan introduceren en begeleiden. Bij CERN was Carpenter betrokken bij het oplossen van netwerkproblematiek tijdens het ontstaan van het Wereld Wijde Web. Hij is dus de juiste man op de juiste plaats.
Het internet is afhankelijk van protocollen en standaards die met elkaar kunnen communiceren. Er voor zorgen dat dat zo soepel mogelijk verloopt, is de belangrijkste taak van de IETF. Bovenaan de lijst staat het ervoor zorgen, dat alle standaards en protocollen voor iedereen beschikbaar en toegankelijk zijn te gebruiken.
Het internet maakt gebruik van TCP/IP, dat staat voor 'Transmission Control Protocol' en 'Internet Protocol'. Om elkaar te kunnen herkennen krijgen computers een uniek nummer toegewezen, het IP adres, dat nu nog bestaat uit vier groepen van nummers tussen 0 en 255.
"De laatste 10 jaar hebben we een interessante ontwikkeling kunnen zien," zegt Carpenter. "Het net groeide explosief tot het jaar 2000, toen was er een korte consolidatie. Nu pakt de groei weer op, en zien we er nog geen eind aan komen."
De groeiende economie in landen zoals India en China voegen grote hoeveelheden gebruikers toe aan het bestaande aantal internetters. Het gebruik van snelle 'breedband' verbindingen verdubbelde zich in een jaar tot 13 miljoen. Met de huidige IP adressen kunnen zo'n 4 miljard computers worden bediend, maar dan is de rek eruit.
"Als je 10 miljard gebruikers wilt bedienen is het duidelijk dat er wat moet gebeuren," vertelt Carpenter. "Daarom werken we nu al aan de integratie van IPv6. IPv6 heeft de mogelijkheid een bijna oneindig aantal nummers aan computers uit te delen, en moet er zo voor zorgen, dat we niet voor de situatie komen te staan, dat zojuist het laatste nummertje is uitgedeeld."
De introductie van het nieuwe protocol zal onopgemerkt plaatsvinden, de gebruikers van het internet zullen er zo goed als niets van merken. IP adressen worden automatisch aan computers toegewezen en alleen mensen die te maken hebben met netwerkconfiguraties zullen moeten weten wat er aan de hand is. "Technisch is de boel zo goed als rond," zegt Carpenter.
Het enige probleem dat wel nooit zal verdwijnen, is dat van de veiligheid op het internet. De enige manier om dat op te lossen ligt in een verandering in menselijk gedrag, de manier waarop de mens met de techniek omgaat, zo denkt Carpenter.
Het internet moet worden onderwezen, mensen moeten bewust worden gemaakt van de risico's, zoals een e-mail beantwoorden dat zegt dat je zojuist miljonair bent geworden, of het reageren op spam.
Maar hij maakt zich geen grote zorgen. "In alles wat je doet ligt een zeker risico besloten," zegt hij, "zoals een straat oversteken of 's nachts door een gevaarlijke buurt lopen. Zodra je je bewust bent van de risico's worden ze al een stuk kleiner."
Wel vindt hij, dat ook de techniek niet voorbij mag gaan aan de toenemende dreiging van internet criminaliteit en worm- en virusverspreiding. "Toekomstige protocollen zullen in toenemende mate moeten worden ontworpen met maximale veiligheid in gedachte."
Bron: BBC interview
Uit: BlinfoMail mei 2005
Website: BlinfoTec