Door: Petra van Driel
01-03-2004 - Janina Sajka, hoofd onderzoek en ontwikkeling bij de American Foundation of the Blind, is verbijsterd over de gebrekkige toegankelijkheidscultuur zoals die heerst bij bedrijven die producten ontwikkelen die later aangepast moeten worden voor visueel gehandicapte gebruikers.
"Ik ben er heilig van overtuigd, dat ze nu bezig zijn in omgekeerde volgorde. Door van meet af aan met mensen met een handicap te werken, zouden ze hun eigen producten uiteindelijk verbeteren", zegt ze.
"Het baart me steeds meer zorgen, hoe ver we nog zullen moeten gaan, hoe geďsoleerd toegankelijkheid nog is en hoezeer het niet is geďntegreerd in de normale manier waarop service wordt verleend."
Sajka's werk bestaat uit het geven van ondersteunende adviezen aan, en het ontwikkelen van toegankelijke technologische standaards voor het bedrijfsleven en overheden over de hele wereld. Ze doet dit vooral op het gebied van de opkomende informatie- en toegankelijkheidstechnologie.
Eén van de projecten waar ze zich momenteel mee bezig houdt, is de ontwikkeling van een manier voor Amerikaanse visueel gehandicapten om toegang te kunnen krijgen tot medische informatie via mobiele telefoons. Dit, door middel van het gebruik van technologie zoals die is ontwikkeld door het DAISY talking books consortium, een organisatie waarvoor Sajka eveneens werkzaam is.
De nieuwe medische informatie service zou qua inhoud gelijk zijn aan de gratis folders bij de dokter, met onderwerpen als, hoe kom ik aan de juiste medicijnen of waar vind ik meer informatie. Sajka is blij dat dit kan met gebruikmaking van bestaande technologie. Het concept is bewezen, zegt ze. Nu nog de besprekingen van haar team met het verantwoordelijke ministerie over de uiteindelijke uitvoering.
Volgens Sajka staan er een aantal punten ter discussie waar het gaat om de gebruiksvriendelijkheid eigen aan het gebruik van opnames op audiocassette, de huidige methode voor visueel gehandicapte patiënten om toegang te krijgen tot dit soort informatie. Anders dan bij deze techniek, maken Daisy-opnames het de gebruiker mogelijk meteen naar de juiste passage te gaan, zonder heen en weer te hoeven spoelen of naar lijsten of schrille pieps te hoeven luisteren, die de verschillende secties markeren waarin de cassette is onderverdeeld. Ook moet de gebruiker om handig te kunnen navigeren, op een cassette, vaak een aantal keuzemogelijkheden onthouden.
"Waarom nog lijsten?" zegt Sajka. "Waarom zou je geen mobieltje gebruiken? Het is elegant. Het is een snelle manier om informatie te kunnen vinden die je meteen nodig hebt en het is gemakkelijk en effectief."
Sajka heeft op nog meer plaatsen een vinger in de pap. Ze adviseert de Amerikaanse overheid op het gebied van toegankelijkheidswetgeving en is behulpzaam bij de ontwikkeling van een standaard voor digitale, gesproken boeken. Ze werkt ook nog voor het World Wide Web Consortium's web toegankelijkheids-initiatief (WAI).
En alsof al deze projecten nog niet genoeg zijn, zegt Sajka de komende jaren haar energie te zullen richten op het voorzitten van de Free Standards Group (FSG). Dit is een wereldwijde toegankelijkheidsgroepering die zich de ontwikkeling van toegankelijkheidsstandaards voor open source software ten doel stelt. De groep zou geďntroduceerd worden op de LinuxWorld conferentie die op 27 januari in New York werd gehouden.
De mogelijkheden die de open source beweging biedt om het internet toegankelijker te maken, vormen één van Sajka's echte passies. In een eerder interview met E-Access Bulletin (nummer 24, december 2001), zei ze dat mensen met een handicap dankzij de open source beweging tegenwoordig ingenieurs nodig hebben in plaats van hulpverleners.
Daar denkt ze nog altijd zo over. "In het traditionele systeem, vraag je je bij problemen af waar de computer gemaakt is, waarna je daarheen gaat om het probleem op te laten lossen." Volgens haar geldt dit niet voor open source software. Iedereen kan meedenken en wanneer iemand iets heeft bedacht dat goed werkt, vind je dat vaak in een later stuk software terug.
Over het algemeen echter, is het niet de toegankelijkheid van computers die haar zorgen baart waar het er om gaat te proberen het leven van mensen met een visuele handicap te verbeteren. Het zijn gewone dingen als thermostaten en veiligheidssystemen waar ze aan denkt. "Ik ben niet zo bezorgd over computers. Het gaat om apparaten die door iedereen gebruikt moeten kunnen worden, en die zijn gewoon niet toegankelijk."
Natuurlijk heeft ze ook hier alweer een oplossing voor gevonden. Onderdeel van haar werk voor het Internationaal Comité voor Informatie Technologie Standaards is de 'V2 Spec'. Dit is de specificatie voor een universeel apparaat dat mensen met een handicap bij zich kunnen dragen. Het detecteert welke apparaten zich in de omgeving van de gebruiker bevinden, en het zou met de meest uiteenlopende zaken moeten kunnen samenwerken. Denk bijvoorbeeld aan de bediening van radio en tv, tot het detecteren van wegen, liften of zelfs een koffiepot. In de toekomst zou de 'Universal remote console', zelfs de afstand tussen andere apparaten en de gebruiker kunnen vaststellen. Maar om succesvol te kunnen worden, moet het aantrekkelijk zijn voor de gewone consument.
Volgens Sajka is de simpelste manier om het leefmilieu voor mensen met een handicap te verbeteren, een slimmer gebruik van die zaken die voor iedereen handig zijn. "We hebben hellingbanen gemaakt voor rolstoelen, dat kunnen we dus ook in de virtuele ruimte."
DAISY talking books consortium :
http://www.daisy.org
Informatie over de standaard voor digitale audioboeken:
http://www.loc.gov/nls/z3986/
World Wide Web Consortium's Web Accessibility Initiative (WAI):
http://www.w3.org/WAI/
Free Standards Group (FSG):
http://www.freestandards.org
LinuxWorld conferentie:
http://www.linuxworldexpo.com/linuxworldny
V2 Spec:
http://www.v2access.org
Bron: E-Access Bulletin januari 2004
Uit: BlinfoMail maart 2004
Website: BlinfoTec
Keurmerk toegankelijkheid: riskant