Door: Rob Melchers
01-12-2004 - Met twee transformatoren, drie buizen, een volumeregelaar en een handvol weerstanden en condensatoren realiseerde ik in 1966 mijn eerste mono versterker.
Veel meet- en regeltechniek was daar niet aan te pas gekomen. Het was meer een kwestie van gokken geweest, maar het ding werkte. Uit het luidsprekerkastje klonk de muziek van de plaat die op de grammofoon draaide die op de ingang was aangesloten. Het was alleen nog tamelijk zacht, vond ik. Dus soldeerde ik de draad van de 220 volt aansluiting op de trafo om naar de 330 volt uitgang. De muziek was nu een stuk beter te horen. Totdat de ontkoppelcondensator van de eindbuis met een luide knal ontplofte. Die was niet op die spanning berekend. Een condensator met een hogere werkspanning ervoor in de plaats gesoldeerd, en het spul deed het weer. Daar was geen meter voor nodig.
Toen ik een jaar later aan de bouw van een oscilloscoop begon, werd er echter een multi-meter aangeschaft. Mijn ouders waren niet erg gecharmeerd van de ontplof methode, en mijn portemonnee dacht er net zo over. Uiteraard stak ik de meetpennen ook nog even in de versterker, en leerde, dat er heel wat aan verbeterd kon worden. 'Meten is weten' had ik al in verschillende hobbyblaadjes gelezen, en verdraaid, het was nog waar ook.
Vorige maand werd ik opgebeld door een buurman. Zijn computer was de laatste tijd steeds langzamer aan het worden, en dat, terwijl hij regelmatig defragmenteerde.
Iemand had hem verteld, dat meer geheugen misschien uitkomst zou bieden en hij had die raad trouw opgevolgd. Maar na installatie van het extra geheugen was er geen merkbare verbetering opgetreden. "Hoeveel zat er dan eerst in?" wilde ik weten, maar dat wist hij niet. Hij was al terug geweest om de geheugenbanken om te ruilen, met hetzelfde resultaat.
Met een CD met een auto-install van JAWS en een systemchecker ging ik bij hem langs. Het duurde inderdaad een eeuwigheid voor de computer bereid was wat te doen. Na enig meten bleek, dat het apparaat zich moest behelpen met 32 MB aan geheugen. Het extra geheugen zat er wel in, maar werd niet 'gezien' door de computer. Zoals vaak, bracht het in alcohol gedrenkte wattenstaafje de oplossing. Geheugensloten die jaren niet gebruikt zijn, willen nog wel eens last hebben van corrosie. Wel moest de 32 MB module eruit, die zag het niet zitten om met het nieuwe geheugen samen te werken. Maar met aantoonbaar 512 MB op de teller van de softwaremeter waren de problemen opgelost.
In Rotterdam bestaat sinds kort de scoot-mobiel-kilometer-teller-stand-controleur, een statistische noviteit, bedacht door een ambtenaar die er goed over had nagedacht, hoe hij ons belastinggeld zo nutteloos mogelijk kon verkwisten. Een vorm van gewetenloos meten.
Tegenwoordig bouwen we geen versterkers meer, en velen van ons blijven liever van het computer-interieur af. Ook met de scoot-mobiel-etc. zijn de meeste
Rotterdammers niet gelukkig. Maar dat wil niet zeggen, dat er niet meer gemeten hoeft te worden. Want meten is weten, en als we niets weten, dan kunnen we ook niets doen, zo vertelt ons een radio-spotje over MS-onderzoek.
Het is alweer zeven jaar geleden, dat er serieus onderzoek is gedaan naar het wel en wee van mensen met een leeshandicap. Het Verwey-Jonker rapport verscheen in oktober 1998. Oké, in die tussentijd hebben we wel eens een enquête voor een studieproject ingevuld, en onlangs wilde de FNB weten of we nog boos waren.
Intussen is het echter hoog tijd geworden om opnieuw te kijken hoe het er voorstaat na zeven jaren waarin de techniek niet stil heeft gestaan. In februari van dit jaar presenteerde ik de 'discussienota ICT en een visuele handicap'. Naast een aantal aandachtspunten werd in die nota opgeroepen weer eens te kijken naar de situatie anno 2004. In oktober (beter laat dan nooit) is deze nota door verschillende groeperingen bekeken, en de conclusie was, dat de
ZieZoBeurs een prima aangelegenheid zou zijn om een begin te maken met een nieuw onderzoek. De mensen die zich sterk willen maken voor zo'n onderzoek zijn het erover eens, dat het iets moet opleveren. Geen rapport met veel tabellen en percentages, dat na lezing weer in een bureaulade verdwijnt. Dus is er goed nagedacht over de vragen voor de enquête.
Opleidingscentra en belangenbehartigers worden geacht iets te doen voor onze doelgroep. Dat doen ze dan ook, maar meestal zonder ons te vragen wat we er van vinden. Al te vaak zijn er argumenten te horen als 'dat willen ze toch niet' of 'dat kunnen ze niet'. En ga er dan maar aanstaan om het tegendeel te bewijzen. Daar kan vanaf januari verandering in komen. In de geplande enquête wordt er, naast het samenstellen van een profiel, de gelegenheid geboden om je uit te spreken over een aantal zaken die ons aan het hart gaan. Wat vind je van de kwaliteit van het onderwijs aan kinderen met een leeshandicap?
Hoe denk je over onze belangenbehartigers? Doen de leveranciers wel genoeg hun best, en wat vind je van de beschikbaarheid van informatie voor mensen met een visuele beperking? Duidelijke antwoorden op deze en andere vragen kunnen er voor zorgen, dat er aandacht komt voor de knelpunten waar we sinds 1998 mee te maken hebben gekregen. Antieke standpunten kunnen met de resultaten van de enquête naar het geschiedenisboekje worden verwezen en technisch conservatisme kan een halt toe worden geroepen.
Het plan is gunstig ontvangen bij de Federatie en de NVBS. De CG-raad en de FNB zullen niet achter willen blijven. Deze organisaties kunnen niet optimaal functioneren zonder inzicht in de doelgroep, en hun hulp is nodig om een 'grote opkomst' te realiseren. Inderdaad, net als bij de verkiezingen, hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Deze eerste enquête is zo gemaakt, dat je er in minder dan een kwartiertje mee klaar bent. Alweer een reden om er aan mee te doen.
Op de ZieZoBeurs zullen een aantal enquêteurs de beschikking hebben over techniek anno 2004 om de enquêtes af te nemen. Ondanks het droevige feit, dat er geen internetverbindingen op de beurs aanwezig zullen zijn, is het mogelijk om de verzamelde informatie snel en doelmatig aan het centrale verzamelpunt door te geven. Tevens zal de enquête vanaf 3 januari on-line zijn in te vullen. We zijn er trots op te kunnen zeggen, dat dit de meest toegankelijke on-line enquête aller tijden zal zijn. Voor wie het toch liever anders doet, is er de mogelijkheid om de enquête per e-mail op te vragen. Met een 'x' tussen de haakjes zijn de vragen beantwoord, terugsturen maar. Ook is er een CD-ROM gemaakt die de gehele enquête op het scherm van iedere computer laat verschijnen.
De resultaten kunnen dan op een floppy worden gezet en bij het centrale verzamelpunt worden ingeleverd. Ten slotte is de enquête beschikbaar in grootletter en braille.
RMPRO Internet Services, de uitgever van Challenge-Media en BlinfoTec heeft al vaker aangetoond, dat dergelijke projecten kostenbesparend en snel kunnen worden uitgevoerd. De meer dan zestigduizend boektitels van de oude CD-Cat werden binnen een week doorzoekbaar op het web gezet. Het succes van deze enquête zal dus grotendeels afhangen van de mate van deelname door de leden van onze doelgroep. Omdat het om onze eigen belangen gaat, verwachten we dan ook een groot aantal ingevulde enquêtes te mogen ontvangen. Let op de eerste BlinfoMail van het nieuwe jaar, voor meer informatie over de 'Enquête over informatievoorziening onder mensen met een visuele beperking'!
Voor meer informatie: redactie@blinfotec.org
Uit: BlinfoMail december 2004
Website: BlinfoTec
Enquête, Enquete, Enquête over informatievoorziening onder mensen met een leeshandicap, Enquête over informatievoorziening onder mensen met een leeshandicap