Door: Rob Melchers
01-04-2005 - Toen ik in september 2002 begon met het schrijven van de eerste pagina's van de BlinfoTec website had dat drie redenen. Ten eerste wilde ik aan mijzelf bewijzen 'dat ik het nog kon', ten tweede wilde ik mijn ervaring in het vindbaar maken van websites toepassen teneinde te voorzien in waar ik vruchteloos naar had gezocht: informatie over wat te doen als je geconfronteerd wordt met een leeshandicap. Ten derde leek het me leuk, om op een begrijpelijke en toegankelijke manier mijn plezier in computergebruik als blinde op anderen over te brengen.
Nadat ik in augustus 2001 als verse blinde naar Nederland was teruggekeerd, kostte het me zes maanden om erachter te komen, dat er zoiets als schermlezers bestonden, dat er instanties waren die je bij het verkrijgen van dat soort zaken konden helpen en dat je als blinde nog een heel eind kan komen met die hulpmiddelen. In het AMC had ik een hand gekregen en de mededeling 'dat er helaas niets aan te doen was'. Over revalidatie, regionale instellingen en computersoftware werd niets gezegd, ook niet na doorvragen.
Bij mijn vertrek uit Azië had ik getwijfeld of ik mijn laptop mee zou nemen. Uiteindelijk besloot ik, dat je er beter 'mee' dan 'om' verlegen kon zijn. Eenmaal in Nederland bleek dat de beste beslissing sinds jaren. Via een haastig besteld abonnement op de inbelservice van een landelijke ISP en veel geprobeer met Windows Narrator en hulp van derden merkte ik al snel, dat het Nederlandse web nauwelijks iets te bieden had. Op de Dolphin website vond ik HAL, en wist dat te installeren. Met HAL vond ik vervolgens de FreedomScientific website en haalde JAWS 4.02 op, alsmede de MP3 tutorials over deze schermlezer. Een maand later zette ik voor het eerst de spreeksnelheid een tandje sneller.
De al aanwezige computer- en internet ervaring, het feit dat ik net zo makkelijk Engels als Nederlands spreek en de hulp van mijn omgeving, hebben er toe bijgedragen dat ik 'slechts' zes maanden nodig had om weer in het zadel te klimmen. Het moge duidelijk zijn, dat bovengenoemde voorwaarden op veel Nederlanders niet van toepassing zijn. Reden genoeg om aan BlinfoTec te beginnen.
Een half jaar voor de start van de werkzaamheden aan BlinfoTec had ik, dankzij telefonisch contact met de NVBS Amsterdam, Visio ontdekt. Daar keek men in eerste instantie wat vreemd aan tegen het feit, dat ik Windows 2000 Professional als besturingssysteem gebruikte. Ook JAWS zou ik eigenlijk niet nodig hebben. Ik was toch geen bedrijf? Maar toen ik aandrong was men zonder tegenspartelen toch bereid te helpen met de aanvraag bij het ziekenfonds. Daar had men schijnbaar geen bedenkingen, want de aanvraag werd zonder slag of stoot gehonoreerd. De procedure liet vraagtekens bij mij achter. Wat was er zo vreemd aan Windows 2000, en waarom zou je niet de beste schermlezer gebruiken?
Wie z'n kop boven het maaiveld uitsteekt valt al snel op. BlinfoTec was nog maar net on-line toen waar ik naar gezocht had vanzelf naar me toe kwam. Een interview in Zienswijs, een bezoekje van een Federatie medewerker, een interview in 'Moet je horen'. Ik werd uitgenodigd om eens een kijkje te komen nemen bij een vergadering van de ICT Commissie van de Federatie, en het aantal abonnees van BlinfoMail ging met sprongen omhoog. Al snel werd duidelijk, dat het land, dat ik in 1990 had verlaten en dat toen aardig meeliep met de technologische ontwikkelingen, in de jaren van mijn afwezigheid geen stap verder was gekomen. Alhoewel, de infrastructuur voor eigentijds internetgebruik was aanwezig, de computers die in de winkels stonden waren up-to-date. Maar het gebruik ervan was nauwelijks veranderd. Men sprak nog over DOS en Elnet, en het internet werd gezien als iets gevaarlijks.
In dat eerste BlinfoTec jaar leerde ik de FNB kennen als een club digi-beten die het druk had met het aan elkaar plakken van ruziemakende bibliotheken, de NVBS als een bejaardensoos waar het begrip internet nog door moest dringen, de Federatie als een instantie waar het thema 'samen door een deur kunnen' centraal stond en de regionale instellingen als kampen, waar de poort naar vooruitgang stevig op slot werd gehouden uit angst voor positieverlies. Deze indruk was er uiteindelijk de oorzaak van, dat ik in januari 2004, een jaar na de oprichting van BlinfoTec, de 'Discussienota ICT en een visuele handicap' schreef en deze in het februari nummer van BlinfoMail publiceerde. Een kopie ging naar de Federatie.
ICT staat voor Informatie en Communicatie Techniek, en in deze nota uitte ik mijn zorgen over de stand van zaken daarbij. Informatievoorziening begint op school, is nodig tijdens het werk, bepaald de mate van algemene ontwikkeling, speelt een steeds grotere rol bij de vrijetijdsbesteding en gebeurt tegenwoordig door middel van computer en internet. Dit werd, en wordt nog steeds te weinig ingezien.
Tijdens de bespreking van de nota, in oktober, in de ICT commissie van de Federatie werden een aantal actiepunten gedefinieerd. Daaronder bevond zich het punt 'inventarisatie'. Sinds 1998 werden de bevindingen van het Verwey-Jonker rapport als uitgangspunt gebruikt daar waar het ging om de omschrijving en samenstelling van de doelgroep. Naast het feit dat deze cijfers inmiddels zeven jaar oud zijn, bevatten ze geen gegevens over ICT en wijken ze opvallend af van onderzoeksresultaten uit de Verenigde Staten en Engeland. Het idee van een enquête onder de doelgroep kwam ter sprake, maar werd als duur en tijdrovend beschouwd. Op mijn initiatief om in eigen beheer en met gebruikmaking van het internet een onderzoek uit te voeren werd positief gereageerd. Een week later begon ik met de voorbereidingen. Afgesproken was, dat het een korte enquête zou worden, waarmee zowel demografische gegevens als een globale opinie over informatievoorziening zouden worden verzameld. In samenwerking met de leden van de ICT Commissie werd de vragenlijst samengesteld. Daarbij werd onderstreept, dat zowel de resultaten als de methode van enquêteren bepalend zouden zijn voor het succes van het project. Voor de Federatie was de methode zelfs de enige reden om steun aan het project te verlenen.
Het spreekt vanzelf, dat een instantie huiverig is mee te werken aan een project waarvan de resultaten wel eens een negatief beeld van deze instantie zouden kunnen opleveren. Het moet gezegd worden, dat de Federatie, de NVBS en zelfs de FNB zich daardoor niet hebben laten weerhouden om aandacht aan de enquête te besteden. Opvallend was des te meer de reactie van de regionale instellingen en de CG-Raad. Deze instanties hebben het project doodgezwegen, terwijl ook zij via meerdere persberichten op de hoogte waren gesteld van de enquête.
Het is mijn mening, dat de regionale centra het instandhouden van subsidiestromen ter financiering van een te dure werkwijze laten prevaleren boven een kritisch zelfbeeld, waaruit de noodzaak van renovatie duidelijk zou worden. Het zou goed zijn als de overheid, die zo slagvaardig te werk ging bij het onder curatele stellen van de FNB, dezelfde techniek eens zou toepassen op deze instanties. Misschien zou er dan eens kunnen worden begonnen met het oplossen van urgente problemen in het onderwijs. Het is ongetwijfeld een aardig tijdverdrijf om een tooltje te ontwikkelen waarmee men een home page kan maken, en een groepje blinden etaleren als ze op een voetbalveld rondrennen met een laptopje op de rug is natuurlijk prima marketing. Het draagt echter niets bij aan het oplossen van problemen die heel wat nijpender zijn. Ongetwijfeld is dit soort kritiek, terecht of onterecht, precies waar men bang voor is bij deze instanties, en zit men niet te wachten op een enquête die dat zou kunnen onderschrijven.
Desondanks durf ik dit project succesvol te noemen. De gebruikte methode heeft aangetoond, dat het internet op een snelle en kostenbesparende manier kan worden ingezet voor onderzoek. Het feit, dat de voortgang on-line en in real-time kon worden gevolgd is door velen geprezen. Uit de response, maar ook uit de rapportage van de enquêteurs tijdens de ZieZo beurs blijkt, dat de leden van onze doelgroep bereid zijn om niet alleen hun medewerking aan onderzoek te verlenen, maar ook willen meedenken over de wijze waarop dat onderzoek zou moeten plaatsvinden. Vooral de bij het enquêteformulier gevoegde commentaren hebben ons veel inzicht verschaft in waar verbeteringen kunnen worden aangebracht bij een eventueel volgend onderzoek.
Waar zo'n onderzoek over zou moeten gaan is eigenlijk al duidelijk. De resultaten van de enquête geven aan dat het onderwerp 'onderwijs' een grijs gebied is. Meer dan de helft van de respondenten heeft er geen mening over, of wil of durft er niets over te zeggen. Tegelijkertijd wordt het gebrek aan adequaat onderwijsmateriaal, de ontoegankelijkheid daarvan en de wijze van onderwijzen zelf vaak als belangrijk genoemd in de commentaren. Het doorlichten van instanties die zich met onderwijs bezig houden, de integratie van ICT in het onderwijs, de toegankelijkheid van lesmateriaal en de wijze waarop de bij het onderwijs betrokken leden van onze doelgroep dit ervaren, verdienen de aandacht. Ik wil daarom iedereen, die dit onderwerp van belang vindt uitnodigen, en waar nodig uitdagen, om constructieve bijdragen aan het BlinfoTec team te melden.
Tenslotte dank ik bij deze iedereen, die heeft meegeholpen om een succes te maken van de enquête.
Discussienota ICT en een visuele handicap: http://www.challenge-media.com/nieuws/nieuws.php?artikel98
Alles over de enquete, waaronder de uitgebreide raportage: http://www.blinfotec.org/enquete/
Uit: BlinfoMail april 2005
Website: BlinfoTec