Door: Helga Bosch en Suzanne van den Bercken
24-10-2004 - In het kader van een internationale studie naar werkgelegenheid en jongeren met een handicap heeft de Wereldbank, in samenwerking met een aantal universiteiten, in juni een elektronisch discussieforum gehouden op internet. Mensen van over de hele wereld – gehandicapt en niet-gehandicapt - namen deel aan de discussie: van Amerika tot Bangladesh, van Zwitserland tot Zuid-Afrika. Het forum was vier weken geopend. Iedere week stond een ander thema centraal. De moderatoren schreven aan het einde van iedere week een verslag van het in die week besproken thema.
In week 1 was het thema de aanbodzijde van de arbeidsmarkt: jongeren met een handicap op zoek naar een baan. Ondanks de grote verscheidenheid aan culturen en lokale arbeidsmarkten, die voor de verschillende deelnemers het referentiekader van deze discussie vormden, bleken de problemen die zich voordoen bij het zoeken van een baan van gelijke aard te zijn. Overal ter wereld lijken werkgevers, maar ook vele anderen in de samenleving, vaak de opvatting te hebben dat mensen met beperkingen weinig of niets kunnen. Een sprekend voorbeeld was het schrijnende verhaal van een jongeman uit Bangladesh. Zijn leven leek heel goed: getrouwd, een zoon en een goede baan. Door een auto-ongeluk verloor deze man zijn rechterhand. Als gevolg van zijn handicap verloor de man ook zijn baan en levensgeluk. Het advies van vrienden: “je kunt het beste gaan bedelen om wat te verdienen.” Dankzij zijn eigen doorzettingsvermogen is deze man vervolgens een organisatie gestart die gehandicapten steunt.
Met betrekking tot goede educatie bleken de problemen, die jongeren met een handicap tegenkomen, uiteen te lopen van fysiek ontoegankelijke gebouwen, een tekort aan IT-faciliteiten en hulpmiddelen, geen of weinig ondersteuning van docenten en het niet voldoen aan onderwijsstandaarden door scholen voor bijzonder onderwijs.
Naast het signaleren van problemen werd ook gediscussieerd over oplossingen. Het eigen doorzettingsvermogen, de steun van familie en de directe omgeving, goed politiek beleid, wet- en regelgeving (met name op het gebied van antidiscriminatie en het recht op gelijke behandeling) en het volgen van een opleiding om de kansen op werk te vergroten waren de oplossingen die werden aangedragen. Aan de publieke opinie over mensen met een handicap valt wereldwijd nog heel wat bij te schaven. Ook ligt er op het gebied van wet- en regelgeving nog een enorme berg werk te wachten.
Week 2 stond in het teken van de vraagzijde van de arbeidsmarkt: waarom nemen werkgevers mensen met een handicap in dienst of waarom juist niet? Een belangrijk argument dat naar voren werd gebracht is dat mensen met een handicap vaak beter dan hun niet-gehandicapte collega’s kunnen inspelen op de wensen en behoeften van gehandicapte klanten.
In het forum werd ook veel aandacht besteed aan het belang van een goede overgang van opleiding naar werk. Zo is het opdoen van werkervaring tijdens de opleiding van groot belang. In Belize, Centraal-Amerika, is dit bijvoorbeeld voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt (waaronder gehandicapten) een integraal onderdeel van het onderwijsprogramma. Zij krijgen training op een werkervaringplek en worden daarna door een bemiddelaar/mentor geholpen bij het zoeken naar werk. In het kader van dit thema werden vele interessante voorbeelden van zogenaamde mentorprogramma’s genoemd. Een programma dat zowel in Kosovo als de VS goed aansloeg was erop gebaseerd een werknemer met een handicap een dag mee te laten lopen in een bedrijf. Op deze manier krijgen werkgever, werknemer en (toekomstige) collega’s de mogelijkheid een eerste indruk op te doen van elkaar en de ‘onbekende’ situatie.
Een andere vraag die werd gesteld was of een quotasysteem ingesteld zou moeten worden, dat een minimumpercentage voorschrijft van gehandicapte werknemers die een onderneming in dienst zou moeten hebben. In landen waar een dergelijk systeem bestaat, blijkt het vaak niet te werken, omdat controle en handhaving moeilijk zijn. De vraag werd gesteld of quotasystemen wenselijk zijn. Dergelijke maatregelen kunnen leiden tot de indruk dat gehandicapten dergelijke wettelijke ondersteuning nodig hebben, omdat zij niet in staat zijn op basis van hun eigen kwaliteiten een baan te vinden. Ook bestaat het gevaar van concurrentie tussen de verschillende kwetsbare groepen in de samenleving. Wetten ter bestrijding van discriminatie werden over het algemeen effectiever geacht dan een quotasysteem om de positie van gehandicapten op de arbeidsmarkt te beschermen.
De rol van intermediairs en andere maatschappelijke organisaties was het thema in de derde discussieweek. Een duidelijk standpunt in de discussie was dat intermediairs niet alleen een belangrijke rol kunnen spelen voor werknemers, maar dat zij zich evengoed op de werkgevers moeten richten. Intermediairs moeten een actievere rol spelen bij de bevordering van de vraag naar gehandicapte werknemers op de arbeidsmarkt dan momenteel het geval is. Ook werd gewezen op het belang van samenwerking tussen organisaties die gelijksoortige belangen vertegenwoordigen (bijvoorbeeld organisaties voor gehandicapte jongeren en ouderenorganisaties).
Om problemen van het vinden van een baan te omzeilen werd de suggestie gedaan om zelfstandig een onderneming te starten. Hierbij komt echter wel naar voren dat organisaties ter ondersteuning van zelfstandigen vaak onvoldoende bekend zijn met de specifieke problemen waar gehandicapte starters tegenaan lopen.
Tenslotte werd aangegeven dat het bekend worden van succesverhalen van gehandicapte jongeren zelf van groot belang is om anderen bewust te maken van de mogelijkheden die er zijn voor gehandicapten. In de eerste week, waarin de aanbodzijde van de arbeidsmarkt centraal stond, deelde een aantal deelnemers hun succesverhaal met het forum. Deze verhalen werden vaak als inspirerend en motiverend opgevat door anderen.
In de vierde en laatste week was het thema overheidsbeleid op het terrein van transitie van onderwijs naar werk. De discussie over dit laatste onderwerp kwam slechts langzaam op gang. Het enthousiasme voor dit thema leek minder dan voor de andere thema’s, gemeten aan de omvang van de correspondentie. Waarschijnlijk was de wat beperkte tijd voor elk onderwerp, namelijk 5 dagen, hier mede debet aan. Het is moeilijk om de wettelijke en beleidsmatige situatie in vele landen in korte tijd weer te geven, laat staan hierover te discussiëren.
Niettemin werden uit een aantal landen voorbeelden genoemd van het timmeren aan de weg naar een goede overgang van onderwijs naar werk. Zo is men in enkele provincies in Canada actief op het gebied van transitie van school naar werk, door het aanbieden van individuele programma’s en door de ouders van de jongeren bij het transitieproces te betrekken.
In veel landen staat de aandacht voor gehandicaptenbeleid op een laag pitje. Een niet goed draaiende economie is hiervan vaak mede oorzaak. Een ander probleem bij beleid op het gebied van transitie is de coördinatie tussen de verschillende departementen die bij dit proces betrokken zijn.
Een aantal deelnemers verwees voor deze discussie naar andere online discussiefora, zoals een discussieforum voor visueel gehandicapte ondernemers. Aanmelding voor laatstgenoemd online discussieforum kan door een blanco e-mail te sturen naar:
blindbusinessmen-subscribe@yahoogroups.com
Heeft u interesse voor 1 of meerdere van de digitale verslagen van het discussieforum, dan kunt u hiervoor contact opnemen met:
Suzanne van den Bercken tel.: 06 – 54 97 33 61; e-mail: smvdbercken@seallife.info of Helga Bosch tel.: 070 – 362 22 83; e-mail: helga.bosch@12move.nl
Uit: Kortschrift nummer 26, september/oktober 2004
Website: http://www.sb-belang.nl