Vriendinnetje

Sommige mensen hebben een scala aan vrienden en vriendinnen en als je ze mag geloven, nog de nodige vage kennissen bovendien. Zo iemand ben ik niet. Ik omring me graag met een paar goede vrienden, nou ja, omringen, maar toch, die paar die doen er toe. En natuurlijk kennissen genoeg. Mensen enkel bekend van af en toe eens spreken, of soms alleen maar van een jaarlijks ontmoeten op verjaardagen van vrienden.

Voor mij zijn mensen pas te identificeren als ze een naam hebben. Alleen bij hun naam kan ik ze aanspreken, als ik tenminste niet het sociaal wat minder geaccepteerde; “Hé jij daar,” wil bezigen. Anderen over hen vertellen, gaat op dezelfde doeltreffende manier. Omdat aankijken nu eenmaal niet gaat en “die met die blauwe ogen,” zowel op de buurvrouw als op haar vierjarige dochtertje zou kunnen slaan, beperk ik mij dus tot namen. Dat leidt soms tot vreemde situaties. Iemand zegt: “Ik was vorige week nog bij, bij, nou bij je-weet-wel, bij tja, haar zoon is taxichauffeur en haar man is dierenarts.” Wat mij vervolgens een trefzeker “oh, bij Lies,” ontlokt. Zou ik Lies onverwacht ontmoeten, dan herkende ik haar niet. Lies is voor mij taal, een trefwoord dat boven komt drijven bij het horen van de juiste omschrijving. Na het gesprekje weer vlot getrokken te hebben, want het was dus Lies, verbaas ik me er dan vaak in stilte over hoe slordig mensen toch zijn met onthouden, met namen, met taal. “Zeg, geef me de spijkers, nee, de hamer eens aan?” Maar een dergelijke warhoofdigheid geldt dus ook voor de namen van kennissen, familie en dus waarschijnlijk ook voor die van echte vrienden. Maar toch, hoe gemakkelijk noemen mensen elkaar vrienden? We kunnen slechts hopen dat Lies niet daadwerkelijk wordt veronachtzaamd als ze ooit haar vrienden nodig heeft.

Maar wie is Ellen of Birgit en wie is Rianne? Dat zijn namen die ik alleen maar ken van horen zingen. Een simpel kinderliedje dat in de kring gezongen kan worden om de aanwezigen aan elkaar voor te stellen. “Goede morgen Birgit, goede morgen. Goede morgen Birgit, hoe gaat het met jou?” En dan altijd erachteraan: “Fijn dat het goed gaat, goed met Birgit. Goede morgen Birgit wie zit er naast jou?” Vervolgens wordt het kind naast de bezongene op dezelfde wijze begroet. Iedere morgen weer. En misschien elke middag nog een keer. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit.

Nee, ik word niet zo begroet. Niet meer tenminste. Maar soms speelt dat simpele, bijna saaie liedje nog wel eens door mijn hoofd wanneer ik denk aan mijn kleine autistische vriendinnetje. We schelen zo’n 18 jaar. We speelden samen, zongen samen, zo leerde ze praten, een beetje althans. Dus vandaar dat ik de haar bekende namen een klein beetje ken. Dat zijn voor mij geen vrienden en voor haar in de meeste gevallen evenmin. Maar, het werden wel bekenden.

Af en toe, wanneer ik weer eens iemand hoor vertellen over al zijn vrienden, denk ik aan mijn autistische speelgenootje. Hoeveel vrienden heb je, als nieuwe mensen, nieuwe dingen je telkens weer moeite kosten. “Ik beloof dat ik je binnenkort toch weer eens bel, vriendinnetje.” Want dat woord kende je, zo heb je me zelf genoemd. Ik denk dat je één van mijn echtste vrienden bent.

 

Reacties: 1

(geen reactie mogelijk)

 
  • coby

    Hoi petra, je mooie artikel van vriendinnetje heb ik gelezen. Helemaal juist, ik hoop dat je Nienke ook al gebeld hebt. Ze zou het heel fijn vinden en er zullen dan bij haar ook veel herinneringen terug komen die je denkt dat ze die niet meer weet. mama.

     
     
     
 

Over Challenge-Media

Challenge-Media: Een kritische kijk op nieuws voor mensen met een functiebeperking.

Onbeperkt informatief: Omdat een handicap onze blik op nieuws niet vertroebelt.