Zintuig special

Het is een vreemde aanblik. Een man van middelbare leeftijd, lang uit op zijn rug plaatjes tekenend van hamers en bekers en dierenfiguurtjes op een speciaal klembord dat in een onzeker evenwicht wordt gehouden op een kussen bovenop zijn omvangrijke buik.

Een half dozijn mensen is rondom hem druk in de weer. Eén van hen legt een handdoek onder zijn nek om het hem wat gemakkelijker te maken, een ander hanteert een stopwatch en roept instructies om hiermee te beginnen of daarmee op te houden en weer een ander vertaalt alles in het Turks.

Een kleine groep schoolt samen in een hoek om op die manier de loop van de gebeurtenissen te volgen. Enkele van ons staan er omheen, kijkend, proberend niet in de weg te staan. Het tot in detail voorbereide ritueel, is een doorloop voor een aankomende hersenscan en de onderzoekers willen alles tot in de puntjes geregeld zien. De man die het middelpunt vormt van al deze belangstelling, een blinde schilder, vertelt ondertussen grappen die iedereen in een giechelstemming houden.

De schilder is Esref Armagan en hij is hier in Boston om te zien of een kijkje in zijn brein kan uitleggen hoe een man die nooit heeft kunnen zien afbeeldingen kan schilderen die de zienden gemakkelijk kunnen herkennen en zelfs bewonderen. Hij schildert huizen, bergen, meren, gezichten en vlinders. Maar hij heeft nooit één van deze dingen gezien. Hij beschrijft kleur, schaduw, en perspectief, maar het is evenmin duidelijk hoe hij hiervan getuige geweest kan zijn. Maar hoe doet hij het dan?

Want als Armagan afbeeldingen kan weergeven op dezelfde manier waarop een ziende dat doet, werpt dat grote vragen op. Niet alleen over hoe onze hersenen mentale plaatjes opbouwen, maar ook over de rol die deze afbeeldingen spelen bij het zien. Bouwen we een mentaal plaatje op door enkel onze ogen te gebruiken of leveren andere zintuigen hieraan ook een bijdrage? Hoeveel kunnen blind geboren mensen werkelijk begrijpen waar het gaat om ruimte en de ligging van objecten daarbinnen? Hoeveel “ziet” een blinde echt?

Armagan werd 51 jaar geleden geboren in één van Istanboel’s armere wijken. Eén van zijn ogen ontwikkelde zich niet verder dan tot een rudimentaire kiem, het andere is niet volledig ontwikkeld en beschadigd. Het is onmogelijk te achterhalen of hij als jong kind enig zicht had. Maar hij zag zeker nooit “normaal” en zijn hersenen detecteren nu geen licht meer. Slechts enkele van de kinderen in zijn buurt gingen naar school en net als zij, bracht hij zijn vroegste jaren spelend op straat door. Armagan’s blindheid echter, isoleerde hem en om de tijd te doden, begon hij te tekenen. In het begin kraste hij enkel in het stof, maar toen hij zes was gebruikte hij potlood en papier. Op zijn 18e begon hij te schilderen met zijn vingers; eerst op papier, toen op canvas met olieverf. Op zijn 42e ontdekte hij snel drogende acrylverf.

Zijn schilderijen zijn ontwapenend realistisch en zijn vaardigheden zijn formidabel. “Ik heb decennialang blinde mensen getest,” zegt John Kennedy, een psycholoog aan de universiteit van Toronto, “en ik heb nog nooit een prestatie gezien zoals de zijne.” Kennedy’s eerste gelegenheid om Armagan te testen en te ontmoeten was tijdens een bezoek aan New York, afgelopen mei, voor een forum georganiseerd door een groep onder de naam “Art Education for the Blind”. Armagan, die zo’n beetje een beroemdheid is in Turkije, is eraan gewend geraakt met zijn doeken naar de Tsjechische republiek, China, Italië en Nederland te reizen. Wat dit bezoek anders maakte, was de interesse die door wetenschappers aan de dag werd gelegd, zowel door Kennedy als door een team uit Boston.

Kennedy liet Armagan een aantal tests doen. Zo toonde hij hem bijvoorbeeld een rij met drie vaste, tastbare objecten – een kubus, een kegel en een bal (ook wel de “drie bergen taak” genoemd) – en vroeg hem deze te tekenen. Vervolgens vroeg hij hem ze te tekenen alsof hij ergens anders aan de tafel zat: tegenover zichzelf, dan aan zijn rechterzijde, zijn linkerzijde en er boven zwevend. Kennedy vroeg hem om twee rijen glazen te tekenen, verdwijnend in de verte. Het afbeelden van dit soort perspectief is zelfs voor een ziende moeilijk. En toen hij hem vroeg een kubus te tekenen, deze naar links te draaien en vervolgens nog verder naar links, maakte Armagan een tekening van alle drie de kubussen. Verbazend genoeg tekende hij het in een driedimensionaal perspectief – hiermee een perfect begrip tonend van hoe horizontale en verticale lijnen samenkomen in denkbeeldige punten in de verte. “Het benam me de adem,” zegt Kennedy.

Kennedy besteedde zijn carrière grotendeels aan het onderzoeken van kunst vanuit het perspectief van blinde mensen. Hij heeft laten zien dat mensen die blind geboren zijn, ruwe schetsen kunnen begrijpen als zij ze maar kunnen “bekijken”, net als zienden dat doen. Ze snappen waar het om gaat en kunnen zelfs driedimensionaal tekenen. Eigenlijk ontwikkelen blinde kinderen de mogelijkheid tot tekenen, zo denkt hij, net als ziende kinderen. Veel te weinig blinde kinderen echter, krijgen de kans deze mogelijkheid te onderzoeken. Zelfs kennis over perspectief, zo is hij gaan geloven, wordt door beiden op dezelfde wijze verkregen. “Waar een ziende iets onder ogen krijgt, krijgt een blinde het in de vingers en ze zullen dezelfde dingen ontdekken,” zegt Kennedy. “De geometrie van richting is hetzelfde voor visuele of tactiele waarneming.”

Lijnen en oneliners

Het is de avond voor de hersenscan van het team uit Boston. Armagan zit aan een lange tafel in een kroeg, waar hij iedereen vermaakt met oneliners, trachtend uit te leggen hoe hij zijn kunstwerken maakt. Alvaro Pascual-Leone, de neuroloog uit Harvard die hem hiervoor uitnodigde, en Amir Amedi, zijn collega, dagen hem uit met telkens complexere opdrachten. Teken een weg die naar de verte leidt, zegt Pascual-Leone, met paaltjes aan weerszijden en een lage lichtval. Armagan glimlacht vol zelfvertrouwen.

Hij gebruikt een speciaal rubberen tablet, een ‘Sewell raised line drawing kit’ geheten. Dit stelt hem in staat lijnen te tekenen die als een soort scherpe vouwen uit zijn papier omhoog komen, zodat hij ze kan waarnemen met zijn vingertoppen. En zo tekent hij de weg en de paaltjes: de pen voerend met één hand, met de andere het spoor volgend; als door surrogaat ogen, het plaatje “observerend” zoals het zich ontrolt. Een minuut of wat later, is het schetsje klaar. Pascual-Leone en Amedi schudden hun hoofd in verwondering.

En, vragen we hem, hoe weet je hoelang deze paaltjes moeten zijn, terwijl ze langzaam verdwijnen? Dat is me geleerd, vertelt hij. Niet door een officiële leraar, maar door het toevallige commentaar van vrienden en bekenden. Hoe weet je over schaduwen? Dat leerde hij ook. Hij vertrouwt ons toe, dat hij lange tijd heeft gedacht, dat als een object rood was, de schaduw dat ook wel zou zijn. “Maar er werd me verteld, dat het niet zo was,” zegt hij. Maar wat weet je van rood? Hij weet, dat er een belangrijke waarde is voor zichtbare objecten die men “kleur” noemt en dat deze varieert van object tot object. Hij heeft uit zijn hoofd geleerd wat welke kleur heeft en zelfs welke kleuren vloeken.

Het innerlijk oog gescand

Het is de volgende dag en voor Armagan is de tijd gekomen om in de scanner te gaan. De wetenschappers van Harvard werken samen met scanner experts van de Universiteit van Boston. Alvorens een snapshot te nemen van de structuur van Armagan’s brein en vast te stellen of het echt geen licht kan waarnemen (ze bevestigden dat dat echt niet kan), bestaan de experimenten van deze ochtend uit wat losse opdrachtreeksen. Hij krijgt een vooraf vastgesteld aantal seconden om een object te betasten, zich er een voorstelling van te maken en het te tekenen. Maar er is hem ook gevraagd zomaar iets te kladderen, net te doen alsof hij een object betast en zich een lijst van voorwerpen te herinneren die hij dagen eerder leerde.

Pascual-Leone en Amedi willen erachter komen wat Armagan’s brein hen kan vertellen over neuroplasticiteit. Beide wetenschappers hebben aanwijzingen voor de theorie dat bij de afwezigheid van zicht, de visuele cortex – dat deel van de hersenen dat zin geeft aan de informatie die binnenkomt via onze ogen – niet onbenut blijft. Pascual-Leone heeft uitgevonden dat vaardige braillelezers dit gebied gebruiken voor tast. Amedi, heeft in samenwerking met Ehud Zohary aan de Hebreeuwse Universiteit in Jerusalem, ontdekt dat het gebied ook wordt geactiveerd voor taken in het verbaal geheugen.

Toen Amedi de resultaten echter analyseerde, bemerkte hij dat Armagan’s visuele cortex actief was tijdens de tekenopdracht, maar nauwelijks tijdens de verbale herinnering. Amedi was erdoor verbijsterd.
“Om zo’n buitengewone plasticiteit te zien bij tekenopdrachten, maar niets tijdens verbale herinnering en taal – het was zo’n overtuigend resultaat,” zegt hij. Hij vermoedt dat, hoe de ongebruikte hersengebieden worden ingezet, tot op zekere hoogte afhangt van wie je bent en wat je van je hersenen nodig hebt.

Nog intrigerender, was de manier waarop tekenen Armagan’s visuele cortex activeerde. Het staat nu wel vast dat als ziende mensen proberen zich dingen voor te stellen – gezichten, scènes, kleuren, items waar ze zojuist naar hebben gekeken – ze de zelfde delen van hun visuele cortex inzetten als bij het zien. Maar dan in veel mindere mate. Het creëren van deze mentale afbeeldingen lijkt erg op zien, maar is veel minder krachtig. Toen Armagan zich dingen voorstelde die hij had aangeraakt, werden er ook delen van zijn visuele cortex licht geactiveerd. Toen hij tekende echter, was zijn visuele cortex zo actief alsof hij kon zien. “Eigenlijk,” zegt Pascual-Leone, “zou een naïeve kijker naar zijn scan kunnen veronderstellen dat Armagan echt kan zien.”

Dat resultaat leidt tot een volgende grote vraag. Wat is zien nu precies? Zelfs zonder de mogelijkheid licht waar te nemen, komt Armagan er ongelofelijk dicht bij, geeft Pascual-Leone toe. We weten niet wat er nu eigenlijk in zijn brein wordt gegenereerd. “Maar wat het ook moge zijn, hij is in staat het op papier te zetten zodat ik onmiskenbaar weet dat het hetzelfde object is, dat hij zojuist voelde,” zegt Pascual-Leone.

In zijn privéleven lijkt Armagan ook een opmerkelijk gevoel voor ruimte te hebben. Hij verdwaalt zelden, zegt zijn manager Joan Eroncel. Hij heeft een buitengewoon goed idee van de afmetingen van een ruimte. Hij tekende eens de lay-out van een appartement dat hij maar kort bezocht, vertelt ze. Maar herinnerde zich dat negen jaar later perfect.

Wij beschouwen zien, normaalgesproken, als het in ons opnemen van objectieve realiteit via onze ogen. Maar is dat zo? Hoeveel van wat we ons indenken als zien, komt echt van buitenaf? En hoeveel komt van binnenuit? De visuele cortex zou wel eens een veel belangrijkere rol kunnen spelen dan we ons realiseren, bij het creëren van verwachtingen van hetgeen we zullen gaan zien, vertelt Pascual-Leone. “Zien is alleen mogelijk als je weet wat je gaat zien,” zegt hij. Misschien is bij Armagan het verwachtingsdeel operationeel, maar komt er simpelweg geen visuele data binnen.

Volkswijsheid suggereert, dat iemand geen innerlijk oog kan hebben zonder ooit de ervaring van het zien te hebben gekend. Maar Pascual-Leone denkt dat Armagan er wel één moet hebben. De onderzoeker heeft lang beargumenteerd, dat je kunt uitkomen op dezelfde mentale afbeelding via verschillende zintuigen. Eigenlijk denkt hij, dat we dat voortdurend allemaal doen, al de sensaties die een object ons biedt integrerend in ons mentale plaatje ervan. “Als we een beker zien,” zegt hij, “voelen we die ook met onze innerlijke hand. Zien is even zoveel raken aan, als kijken naar.” Omdat zien echter zo overweldigend is, zijn we ons daar niet van bewust, zegt hij. Maar bij Armagan is dat duidelijk niet het geval.

Ik zit tegenover de bron van al dit mysterie en ik vraag hem naar de vogels die hij zo graag schildert. Ze zijn helder gekleurd en exotisch en ik vraag me hardop af hoe het hem lukt ze zo af te beelden. Hij vertelt over de tijd, dat hij de eigenaar was van een parkietenwinkel. “Ze komen in je hand,” zegt hij. “Je kunt ze gemakkelijk aanraken.” Hij pauzeert, glimlacht en zegt: “Ik houd ervan, omringd te worden door schoonheid.”

Bron: New Scientist

Bron:
BlinfoMail maart 2005

 

Reacties: 1

(geen reactie mogelijk)

 
  • ANONIEMPJE

    IK VIND ET SUPPER SAAI MAAR JE KAN ER VEEL VAN BIJLEREN MAAR DE VOLGENDE KEER WEL WAT INTERSANTER HE !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

     
     
     
 

Over Challenge-Media

Challenge-Media: Een kritische kijk op nieuws voor mensen met een functiebeperking.

Onbeperkt informatief: Omdat een handicap onze blik op nieuws niet vertroebelt.