Olympiade

In maart 2001 nam ik mij voor om bij de Olympische Spelen van 2004 Nederland te gaan vertegenwoordigen bij het onderdeel honderd meter hardlopen. Op een mooie lentedag mat ik het parcours af en ondernam mijn eerste poging. Ik klokte een tijd van 3 minuten en 15 seconden. Ervan uitgaand dat ik nog drie jaar kon trainen en op basis van dit eerste resultaat rekende ik uit, dat het binnen de honderd seconden zou moeten kunnen.

Anderhalf jaar later en na regelmatig trainen zag ik tot mijn voldoening, dat de stopwatch nog maar twee minuten aangaf bij de finish. Het was te doen.
In maart van dit jaar lukte het me echter niet om onder de 1 minuut en vijftig seconden te lopen, dus verzon ik een list. Ik verlegde het parcours naar de nieuwe brug over het Amsterdam-Rijnkanaal, die Amsterdam met IJburg gaat verbinden. Door op het hoogste punt te starten, en rekening te houden met de windrichting lukte het inderdaad om de honderd meter in precies honderd seconden af te leggen. Een waarlijk Olympische prestatie!

Groot was mijn verbazing, toen ik het aanmeldingsformulier terugkreeg met daarop de boodschap, dat ik niet mee hoefde te doen. Had ik dan niet aangetoond, dat door de lat zo laag mogelijk te leggen, en met enige handige trucs, er resultaat te boeken was?

Ik besloot me er niet aan te ergeren. Uiteindelijk had ik de mijzelf gestelde doelstelling gehaald. Dan moest Nederland maar verliezen op de sprint in Athene.
Ik klom op een stoel, hing mezelf de zelfgemaakte medaille, een blikken schildpadje aan een rood-wit-blauw lint, om en speelde de cassette met het Wilhelmus af. Daarna ging ik naar buiten.

De straat lag er verlaten bij. De regen druilde naargeestig neer op het grasveldje met hondenpoep en niemand juichte. Van het applaus, waarop ik me had verheugd was geen sprake.

Terneergeslagen begaf ik me naar het caf├ę op de hoek. Een groepje van zo’n vijftien mensen zat bij het televisietoestel. De honderd meter hardlopen zou zo beginnen. Maar het leek niet alsof ze daar bijzonder in waren ge├»nteresseerd. Er heerste een soort feeststemming en er stond een fles champagne op een tafeltje. Een gewichtig uitziende meneer nam het woord.

‘Ons streefdoel van 350 intentieverklaringen is gehaald!’ vertelde hij. ‘350 bedrijven hebben dus beloofd om hun websites toegankelijker te maken. Op dit moment is dat al bij 88 bedrijven het geval. Toen wij in maart 2001 met dit project begonnen, hebben we hier op ingezet, en het is ons gelukt. Drempels Weg kan terecht trots zijn op deze prestatie!’ Er klonk applaus, en de champagneglazen rinkelden bij het aanstoten. De gewichtige meneer bestelde een nieuwe fles.

Het duurde even, voor de woorden ook tot mij doordrongen. ’88 bedrijven? 350 beloftes?’ Een maand geleden had Nielsen NetRatings uitgerekend, dat Nederland iets meer dan een miljoen bedrijfs websites telde, en dat er zo’n zeven miljoen huishoudens van het internet gebruik maakten. Wat waren dan 88 bedrijven met een toegankelijke website en 350 vage toezeggingen in drie jaar? Mijn humeur verbeterde op slag.

Op de televisie liepen tien atleten de 100 meter binnen de tien seconden. Ik rekende af en gaf een grotere fooi dan gebruikelijk. Tevreden liep ik naar huis, met het geluid van klinkende champagneglazen nog in mijn oren. Ik was Olympisch kampioen.

Bron:
BlinfoMail september 2004

 

Reacties

Geen reacties tot nu toe.
 

Over Challenge-Media

Challenge-Media: Een kritische kijk op nieuws voor mensen met een functiebeperking.

Onbeperkt informatief: Omdat een handicap onze blik op nieuws niet vertroebelt.