Discussienota ICT en een visuele handicap

Situatieschets: Met de introductie van de PC in 1975 en het internet in 1990 is de manier waarop de mens met informatie en communicatie omgaat drastisch veranderd.

Sinds 1995 bestaat voor blinden en slechtzienden de mogelijkheid zich met computer en internet bezig te houden dankzij aanpassings-software voor het Windows besturingssysteem. Het is juist deze groep, die een maximaal voordeel kan halen uit de digitale informatiemaatschappij. Helaas wordt er in Nederland nog steeds meer ‘aan’ de computer gewerkt dan ‘met’ de computer.

We kunnen vaststellen, dat het er met de verdeling van kennis van ICT en toegang tot ICT voor blinden en slechtzienden in Nederland niet rooskleurig voorstaat. Dit heeft verschillende redenen.

Het conservatieve Europa heeft een achterstand opgelopen op ICT gebied ten opzichte van Amerika, Australië en Azië. Slechts in Engeland is men er min of meer in geslaagd gelijke tred te houden met de ontwikkelingen. Binnen Europa is de vreemde situatie ontstaan, dat ondanks een vrijwel perfecte ICT-infrastructuur
en de grote computerdichtheid per hoofd van de bevolking in Nederland, het digitaal analfabetisme groter is dan in de rest van de werelddelen zoals boven genoemd.

Het heeft de Nederlandse overheid jarenlang ontbroken aan een beleid waarin ICT is opgenomen, wordt begrepen en bevorderd. Met de teloorgang van het Nederlandse onderwijs, en het ontbreken van ICT onderwijs in het bijzonder, wordt de achterstand in stand gehouden, zo niet vergroot. Het onderwijs aan blinden en slechtzienden vormt hierop geen uitzondering.

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de groep ouderen, en daarmee de groep visueel gehandicapten, in de nabije toekomst aanzienlijk zal toenemen. In eerste instantie zal deze groep bestaan uit mensen met een geringe kennis op ICT gebied. Het digitaal analfabetisme is dus aanwezig bij bijna alle leeftijdsgroepen.

Het bovenstaande is gebaseerd op gegevens van onder andere rapporten van Cap Gemini, Ernst and Young, ICW, verschillende publicaties van onder andere de Kamer van Koophandel, en op reacties zoals binnenkomend bij BlinfoTec.org.

Het belang van ICT.

Er van uitgaande, dat de ontwikkeling van een mens analoog verloopt aan de aan hem of haar aangeboden informatie, en vaststellend dat computer en internet het voor blinden en slechtzienden aangewezen medium is voor informatievoorziening, kan gesteld worden, dat de volgorde van kennis-prioriteit er als volgt uitziet:
1. De vaardigheid om met computers en dominerende besturingssystemen te kunnen omgaan.
2. De beheersing van de kunst, om met een computer informatie te verkrijgen.
3. Beschikken over de kennis, waar en hoe deze informatie te vinden is.
4. Het vermogen om door middel van een computer deze informatie te kunnen benutten en/of verwerken.

De monnik, die in 1400 met inkt en ganzenveder letters op perkament kraste, deed aan ICT. De blinde, die in 1990 een briefje tikte in Word Perfect deed dat ook. Beiden zijn niet meer van deze tijd. ICT gaat verder dan het passief benutten van de op dat moment bestaande schrijfhulpmiddelen. ICT is de taal, de uitspraak en het medium van de huidige communicatie. ICT verschaft kennis, sociale contacten, onafhankelijkheid en zelfstandigheid.

Scholen, bedrijven, organisaties en ICT.

Informatie moet worden geproduceerd, en vervolgens beschikbaar worden gesteld. Dit is de taak van scholen, bedrijven, organisaties en wie hier verder een bijdrage aan kunnen leveren. De consument moet toegang hebben tot deze informatie. Dit is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de consument zelf. Echter, omdat het in het belang is van bedrijven en organisaties om hun informatie voor het voetlicht te krijgen, ligt bij hen de verantwoordelijkheid om het de consument makkelijk te maken om de informatie tot zich te nemen.

Omdat het onderwijs verstek heeft laten gaan, zijn bedrijven en organisaties niet in staat om informatie op een eigentijdse wijze te presenteren. Daar waar daartoe pogingen worden ondernomen, is de consument niet in staat deze informatie tot zich te nemen. Aangezien zowel aanbieder als afnemer op achterstand staan, ontstaat de bijna arrogante, maar zeker naïeve houding, dat het allemaal zo erg nog niet is.

Alarmfase rood (Red Alert).

Zo’n dertig jaar na de introductie van de PC, en bijna tien jaar na het ontstaan van toegankelijkheids software op het Windows besturingssysteem voor blinden en slechtzienden, is de situatie in Nederland ronduit alarmerend! Terwijl de ontwikkelingen op ICT gebied zich in hoog tempo opvolgen, is het reactietempo angstwekkend laag. Een eenvoudige operatie zoals het digitaliseren van gesproken boeken en tijdschriften op cassette en het omzetten daarvan naar het DAISY formaat, wordt door gebrek aan kennis onnodig vertraagd. Veel websites van zowel bedrijven als organisaties voldoen niet aan minimale eisen van toegankelijkheid, bruikbaarheid en inhoud. Computertoepassingen op het gebied van mobiliteit, toegankelijkheid en ADL worden met argwaan bekeken. Van samenwerking met het buitenland, waar wetgeving op het gebied van informatie-toegankelijkheid wordt geïmplementeerd en technologie wordt ontwikkeld die het leven van een gehandicapte kan vergemakkelijken, is nauwelijks sprake. De Nederlandse neiging, om telkens weer het wiel zelf te willen uitvinden, is catastrofaal.

Actie ondernemen.

Dertig jaar computers en drie jaar blindheid brengen me tot de volgende suggesties:

1. ICT moet een integraal deel worden van het onderwijs vanaf het vroegst mogelijke moment. De benadering van ICT in het onderwijs moet veranderen van cursussen typevaardigheid (MS Word) in cursussen in de omgang met informatievoorziening (Internet Explorer en Outlook Express), gevolgd door cursussen voor de verwerking van deze informatie (MS Word, Excel, en de omgang met Databases). Bijzondere aandacht verdient het toegankelijk maken van de exacte vakken voor visueel gehandicapten.

2. Er moet bij de overheid op aangedrongen worden, om van ICT en informatie-toegankelijkheid een serieuze zaak te maken. ‘Drempels Weg’ ambassadeurs zouden niet moeten worden gerekruteerd uit onwetende gehandicapten, toegankelijkheids-toetsingen zouden een lagere financiële drempel moeten kennen. Het begrip ‘toegankelijkheid’ moet beter worden omschreven, en uitgebreid met het begrip ‘bruikbaarheid’.

3. Ouderen, visueel gehandicapten en mensen met een ernstige mobiliteitshandicap zouden de mogelijkheid moeten hebben om zich bij te scholen in ICT vaardigheden zonder daarvoor grote afstanden te moeten afleggen. Grotere moeite moet worden genomen, om deze groepen te bereiken, te informeren en aan te moedigen tot het gebruik van ICT.

4. Hulpverleners, ziekenhuizen, bejaardeninstellingen, revalidatiecentra, maar ook huisartsen, oogheelkundeklinieken en oogartsen moeten op de hoogte zijn van ICT hulpmiddelen en kunnen verwijzen naar informatie hieromtrent. Brochures, specifiek over ICT en een visuele handicap zouden hier op zijn plaats zijn.

5. Organisaties en belangenbehartigers van blinden en slechtzienden moeten op een intensieve, toegankelijke wijze informatie verschaffen over alle aspecten van de beleving van de handicap. Deze informatie moet niet alleen toegankelijk zijn, maar ook gebruikersvriendelijk. Het eigen vermogen om ICT effectief in te zetten zou als voorbeeld voor de doelgroep moeten gelden. Het (leren) omgaan met een handicap is lastig genoeg, zonder geconfronteerd te moeten worden met onnodige complexiteit in de informatievoorziening.

6. Er moet zo spoedig mogelijk worden vastgesteld, of de huidige organisatie-structuur de belangen van blinden en slechtzienden in Nederland ook werkelijk dient. De positie van de CG-Raad, de FSB, de NVBS en de FNB staan hierin centraal. Tevens dient het pad van consument naar overheid duidelijker voor het voetlicht te worden gebracht. De relatie tussen de verschillende organisaties, alsmede de door deze organisaties ontwikkelde activiteiten verdienen het, om beter onder de aandacht van de doelgroep te worden gebracht. ICT zou hierbij een hoofdrol moeten spelen.

7. Het ‘zorg’ aspect moet worden vervangen door bewustmaking van de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van de visueel gehandicapte, zoals die wordt gestimuleerd door het gebruik van ICT. De visueel gehandicapte moet zichzelf leren zien als deelnemer aan de maatschappij; een consument waarmee rekening dient te worden gehouden.

8. De supervisie en begeleiding van ICT activiteiten behoren in handen van ter zake deskundigen, en mogen niet worden overgelaten aan computer-hobbyisten die hun kwaliteiten baseren op twintig jaar geleden opgedane ervaring op een DOS computer. De overheid moet streng toezien, dat subsidiegelden, bestemd voor de integratie van ICT in de belangenbehartiging effectief en prijsbewust worden benut.

Multi-dimensionale casuïstiek.

Om scholing, hulpverlening, revalidatie, reïntegratie en de hierboven genoemde digitale adaptie te kunnen verwezenlijken, is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de samenstelling van de doelgroep. Het begrip ‘samenstelling’ is zoals altijd multi-dimensionaal.

Het visuele aspect omvat:
– Slechtzienden
– Blind wordenden
– (geleidelijk of plotseling) blind gewordenen
– Blind geborenen.

Binnen deze vier groepen vinden we:
– Jongeren
– Mensen van middelbare leeftijd
– Ouderen.

Vervolgens is nog onderscheid te maken tussen:
– Visueel gehandicapten (blinden en slechtzienden).
– Leesgehandicapten (dyslectici).
– Meervoudig gehandicapten (visueel, motorisch, cognitief).

Ten slotte kunnen we verdelen naar:
– (Nog) niet opgeleiden
– Laag opgeleiden
– Middelbaar opgeleiden
– Hoog opgeleiden.

Op dit moment blijkt dit inzicht niet te bestaan. Uiterst moeizaam zijn hier en daar enige cijfers te bemachtigen, waarvan de betrouwbaarheid twijfelachtig is. Het is de hoogste tijd, om een inventarisatie van de doelgroep, op grond van bovengenoemde criteria, uit te voeren. Hierbij moet een enquête onder leden van de doelgroep niet geschuwd worden. Ook hierbij kan de inzet van ICT grote diensten bewijzen.

Ten slotte.

Deze nota is geen aanval op, noch een verwijt aan de betrokken organisaties. Zij beoogt slechts een discussiestuk te zijn, en probeert orde aan te brengen in het complexe landschap van belangenbehartiging. De schrijver beroept zich op opgedane ervaring gedurende de afgelopen drie jaren en beweert niet een volledig inzicht te hebben in de voorliggende problematiek. Met deze nota hoopt hij een bijdrage te kunnen leveren aan noodzakelijke inspanningen op het gebied van de integratie van ICT in de wereld van de visueel gehandicapte.

Diemen, 10 februari 2004,

Bron:
BlinfoMail maart 2004

 

Reacties

Geen reacties tot nu toe.
 

Over Challenge-Media

Challenge-Media: Een kritische kijk op nieuws voor mensen met een functiebeperking.

Onbeperkt informatief: Omdat een handicap onze blik op nieuws niet vertroebelt.