Kunnen zien is fantastisch, maar niet kunnen zien is dat ook

Dit lijkt zeker geen opmerking te zijn van iemand die zijn visuele handicap wil bagatelliseren. De 46-jarige Amerikaanse zakenman Mike May, was vanaf zijn derde blind, maar kan nu door een operatie weer zien.

In eerdere gevallen resulteerden dergelijke operaties wel eens in zelfmoord. Het herkrijgen van het gezichtsvermogen lijkt dus net zo ingrijpend te zijn in iemands leven, als het plotseling moeten missen van het zien. In een live chat voor de BBC zegt May hierover:
“Ik denk dat er geen ideale weg is. Niet die van blind naar ziend noch die van ziend naar blind. Het hangt af van de persoon die het overkomt. Ik denk dat iets verliezen meer frustreert dan iets verkrijgen. Toch zijn er ook voor mij wel uitdagingen geweest. En ik ben nog lang niet aan het eind van het leerproces. De andere, de blinde kant op gaan, is frustrerend, omdat mensen normaal gesproken ouder zijn als hen zoiets overkomt en het dan moeilijker is met veranderingen
om te gaan. Verlies van gezichtsvermogen test iemands karakter meer dan wat ook.”

Sidney Bradford, een schoenmaker uit Midland, kon voor het eerst zien op 52-jarige leeftijd. Na zijn operatie in 1959 was hij aanvankelijk enthousiast. Maar toen de wereld niet bleek te zijn wat hij zich ervan had voorgesteld, werd zijn houding er één van desillusie en depressie. Neuropsycholoog Professor
Richard Gregory, die intensief met Bradford had gewerkt, vertelde dat iemand die als blinde zeer succesvol is, zijn natuurlijke levenslust kan verliezen
wanneer hij eenmaal kan zien. Voor het eerst van zijn leven voelde Bradford zich gehandicapt. Drie jaar na zijn operatie gaf hij het op en stierf.

Voor Mike May lagen de problemen op een ander vlak. Op 46-jarige leeftijd kreeg hij de kans geopereerd te worden door dokter Goodman, die lidtekenweefsel
op het oogoppervlak vervangt door stamcellen. De risico’s voor May varieerden van hoge bloedruk en afstotingsverschijnselen tot nierbeschadiging en kanker.
Maar van depressie of desillusie lijkt bij hem geen sprake te zijn.
“Ik prijs mezelf gelukkig het beste uit twee werelden te hebben. Ik denk niet dat ik als blinde iets verloren heb. In tegendeel. Ik heb er nu, als ziende,
iets bijgekregen. Wel was ik bang voor negatieve reacties van blinde vrienden of vanuit de blindengemeenschap. Maar iedereen is juist heel positief.”

Diepe indruk maakten de aanblik van de natuur, gezien vanaf een skihellling, bomen en de Mont Blanc op de ziende May. “Ik heb de bergen, de vrije natuur
altijd prachtig gevonden. Het zien hielp me alleen maar die schoonheid, vooral van de bergen, nog beter te kunnen ervaren. Ik denk dat ik nog steeds de
tastbare bevestiging nodig heb van wat ik zie. Wanneer ik iets voor de eerste keer zie, heb ik de neiging het aan te raken. Zelfs als ik er voor 95 procent
zeker van ben wat het is. Ik weet hoe dingen voelen en ruiken. Die andere zintuigen zijn me veel meer vertrouwd dan het zien.”

Bij het ontmoeten van nieuwe mensen blijkt het zien niet alleen maar een voordeel te zijn. “Ik probeer mensen open tegemoet te treden. Grotendeels wordt
mijn indruk van hen gevormd door wat ze zeggen, hoe ze klinken. Nu heb ik daaraan een visuele indruk toe te voegen. Soms is die bruikbaar, maar vaker is
hij afleidend. Ik moet mezelf eraan herinneren aandacht te schenken aan mijn andere sensorische indrukken van hen.”

Toen het verband werd verwijderd, verwachtte May niets te zien behalve fel en pijnlijk licht. Dat hij al direct objecten kon zien, verbaasde zowel hem als
zijn artsen. In het begin was May overweldigd door alle visuele informatie die hij op zich af kreeg. Hij ziet wel scherp, maar het is net alsof hij van
uit de verte naar de dingen kijkt. Dat maakt bijvoorbeeld een boek lezen onmogelijk. Ook gebruikt hij nog steeds een schermuitleesprogramma bij de computer.
Hij zou eventueel wel vergrote letters op het beeldscherm kunnen lezen, maar hij voelt zich prettiger bij het gebruik van braille en audio.

Van de tijd voor hij blind werd, herinnert hij zich nog het hertenjagen met zijn vader in de vroege ochtend, de vage impressie van een zonsopgang. En dingen
als een rode hoed. Maar de meeste van die herinneringen zijn omgezet naar de manier waarop hij de wereld waarnam als blinde. Dus zonder de visuele aspecten.
Of die wereld nu, ook in zijn dromen weer visueler is geworden weet hij niet. “Jammer genoeg heb ik geen concrete indrukken van de exacte visuele of auditieve
manier waarop ik droom. Ik weet niet echt of ik visueel droom of niet.”

Over angstige momenten zegt May:
“Ik herinner me de eerste keer waarop ik in een auto zat en de andere auto’s voorbij zag racen. Het leek wel of ze maar op een paar centimeter afstand waren.
Vandaag wachtte ik voor een verkeerslicht en het bleek dat ik voor de trambaan stond. De tram kwam voorbij geraced en ik zag de schaduw op me afkomen.
Voor een moment dacht ik dat ik nog op de rails stond en dat het met me gedaan was. Er is zowel spanning als angst wanneer ik mezelf ten opzichte van mijn
omgeving zie bewegen. Een deel van wat iets spannend maakt, is voor mij dat element van angst. Ik vind dat leuk, terwijl het anderen zou kunnen afschrikken.”

“Persoonlijk vond ik mijn leven onvoorstelbaar mooi voor mijn operatie. Ik heb veel geluk gehad en ik had ongelofelijk veel mogelijkheden. Daarom kan ik
zeggen dat dat leven zo onvoorstelbaar was. Het was fantastisch voor mij als niet-ziende. En nu ik kan zien kan het me nog steeds verbazen hoe mooi alles
is. Dat is dus consistent gebleven. Het leven als volledig ervaren hangt niet af van kunnen zien.”

Bron: BBC.

Bron:
BlinfoMail november 2003

 

Reacties

Geen reacties tot nu toe.
 

Over Challenge-Media

Challenge-Media: Een kritische kijk op nieuws voor mensen met een functiebeperking.

Onbeperkt informatief: Omdat een handicap onze blik op nieuws niet vertroebelt.