Hoor je nou wat ik speel? En speel dat nou eens na

Al een aantal jaren begeleidt pianist Bert van den Brink anderen. Vaak in gezelschap van Hein van de Geijn, bas, en Hans van Oosterhout, drums. Nu is de tijd echter rijp voor een eigen cd van dit trio. Op ‘Between us’, staan een aantal eigen composities en een aantal jazz standards.

“De opnames die nu uitgebracht zijn, dateren van een tourtje dat we twee jaar geleden maakten,” vertelt van den Brink. Het zijn live opnames, gemaakt in het Bimhuis in Amsterdam. Maar omdat de tour toen al bijna afgelopen was, verschijnt de cd pas na een aantal concerten die het trio in april van dit jaar gaf.

“Live of niet, dat blijft altijd een moeilijke afweging,” zegt van den Brink. “Ga je een studio in, en wordt het daardoor wat sterieler, of kies je voor een live situatie met alle technische en muzikale risico?s van dien.”
Live verdient bij hem duidelijk de voorkeur. “In een studio moet het echt helemaal uit jezelf komen, zonder hulp van een ander medium. Maar in die zaal, daar zitten ze echt allemaal en dat is toch warmer.”

Over braille muziekschrift zegt hij: “Dat gebruik ik alleen maar om zelf muziek te verwerven.” Voor het vastleggen, bewaren en printen van muziek gebruikt hij midi. Door tijdsdruk en complexiteit van de stukken, laat hij het printen aan anderen over.

Op het gebied van gesproken bladmuziek noemt hij zichzelf geen ervaringsdeskundige. “Maar er is wel iets dat me daar in bevreemd. Muziek komt via je oren binnen. Dus de kortste weg ga je toch door te vragen: ‘Hoor je nou wat ik speel? En speel dat nou eens na.’ Als je muziek via een notensysteem tot woorden kneedt, ga je toch uit van een visualisering van die notenbalken. Die worden dan in woorden vervat en dat moet je dan gaan uitvoeren.” Een omweg die voor een aantal mensen toch heel handig kan zijn, vindt hij.

Denk je dat je op dezelfde manier kunt spelen als een ziende?
“Nee. Het wordt al moeilijk als je muziek wilt gaan spelen waar je zelf geen enkele affiniteit mee hebt. Met een moderne twintigste-eeuwse compositie die ik wilde kunnen spelen, ben ik gewoon gestopt. Om muziek te kunnen onthouden, moet ik haar kunnen relateren aan harmonische richting, aan een ontwikkeling, en die was voor mij te associatief.”

Heeft jazz die harmonie├źn nog wel?
“Ja,” zegt hij vastberaden. “Ze worden wel steeds mistiger, maar ze zijn er wel. Het zijn toch vaak wel schema’s waar we in spelen. In het algemeen zou je kunnen stellen dat in de jazz, ook door de vernieuwingen heen, toch nog steeds harmonisch gedacht en gespeeld wordt. Jazz is de vrijbrief van de vrijheid, klassiek is het paspoort van zo integer mogelijk iets interpreteren. Ergens in het midden, waar dat samen komt, vind je mij.”

Over popmuziek zegt hij: “Het is allemaal veel te hard en dat wordt alleen maar erger lijkt het.” Zelf wil hij spelen zonder monitor. “Technici die van achter uit de zaal het geluid regelen, weten niet wat ze jouw op dat podium aan doen.”

Speelt je handicap hierbij een rol?
“Als ik zou kunnen zien, zou ik zo’n man een seintje kunnen geven als ik het te hard vind. Maar het feit dat hij niet hoort wat hij doet met die monitor blijft dom, en dat heeft dus niets te maken met mijn handicap. Voor mij zijn mijn oren goud waard. Dus daar moet ik zuinig op zijn. Als je vijf keer in de week langs een drilboor zou moeten lopen, zou je een andere route kiezen om de herrie te ontwijken. Dat ik een dergelijk geluidsniveau nu wel in mijn eigen vak terug hoor, vind ik dan ook getuigen van een grote treurigheid. Daarom vermijd ik het en speel ik bijna alles onversterkt.”

Momenteel is hij arrangeur voor het Nederlands blazers ensemble. “Die willen muziek die echt op niets anders lijkt. Soms willen ze wereldmuziek, en dan zijn ze plotseling weer helemaal into de tango. Een keer moest ik een arrangement voor ze maken van een stuk van Piazzolla. Ter plekke werd beslist, welk stuk het moest worden. Maar het moest wel in twee dagen af zijn en het zou gespeeld worden op authentieke blaasinstrumenten, barok instrumenten dus. Pas tijdens een concert merkte ik dat ze de toonhoogte hadden veranderd. Een toon hoger klonk het toch lekkerder vonden ze. Dus heeft iemand ongeveer een uur voor het concert het hele stuk met de computer getransponeerd en die versie naar Groningen doorgestuurd, waar ze op dat moment moesten spelen. Dat klinkt stoer, terwijl het natuurlijk bloedlink is,” zegt hij. “Maar ik vind het wel fantastisch om dit soort dingen te mogen doen.”

Bron:
BlinfoMail mei 2004

 

Reacties: 1

(geen reactie mogelijk)

 
  • leo veldkamp

    de pagina blijft lopen, staat niet stil, jammer.

     
     
     
 

Over Challenge-Media

Challenge-Media: Een kritische kijk op nieuws voor mensen met een functiebeperking.

Onbeperkt informatief: Omdat een handicap onze blik op nieuws niet vertroebelt.